Diagnosticeren: een beetje meer nuchterheid graag

Een vervolg op mijn artikel over labels

Pas schreef ik een artikel waarin ik mijn kritische gedachten met betrekking tot overdiagnosticeren van kinderen met gedrags- of leerproblemen uitsprak. Uiteraard neem ik altijd zo veel mogelijk visies mee in mijn overpeinzingen daarna. Zo ook deze keer weer.

Het gevaar van een onderdiagnose

Vanmorgen las ik in de Volkskrant het verdrietige verhaal over een jongen met ASS en comorbide stoornissen, die op jonge leeftijd een einde aan zijn leven had gemaakt. In deze tijd had hij al veel eerder een diagnose kunnen hebben, maar naar wat ik uit het artikel begreep, kreeg hij pas duidelijkheid op zijn 21e. Een tijdige diagnose en adequate hulp hadden zijn leven waarschijnlijk een stuk beter gemaakt. En vermoedelijk ook langer…

Hoe het vroeger ging

Helaas moest je vroeger, als je goed kon leren, op een gewone school door de brij heen bijten. Letterlijk. Ik heb dat ook zo ervaren.

Ik kon goed leren. Maar als kind kon ik niet rekenen. En dan bedoel ik met niet ook in vette letters niet. Maar als je in de andere vakken juist prima meekomt, ook in meetkunde en techniek, en zelfs in bepaalde vakken ver vooruit bent, dan klopt dat niet met de verwachting die je omgeving koestert. Ik was pienter. En gewoon lui met rekenen. Dat was de verklaring.

Pas kwam ik mijn schriftjes van vroeger weer tegen. Vol met sommetjes. En vol boosheid en vlekken van tranen. Tegenstrijdig, zelfs wreed vond ik de kreten, in felle, rode letters: ‘Marije moet bij mij komen!’ ‘Marije houdt zichzelf voor de gek!’, ‘Sneller werken Marije!!’ ’30 fout!’ ‘Overnieuw!’

Ik was toen 7 jaar.

De climax voor mijzelf kwam toen ik in klas 5 uit pure wanhoop en schaamte veel sommetjes stiekem goed had gerekend. Die fout waren. De meester ontplofte. Hij schreeuwde. Sloeg en schopte mij, terwijl ik naast zijn tafel stond. Vooraan in de klas. Ik huilde van schaamte en pijn.

Bij het bekijken van deze herinneringen sprongen mij de tranen bijna opnieuw in de ogen. Vanwege de wanhoop, die ik nog altijd voel, maar vooral vanwege een intens medeleven met dat onbegrepen kind van toen.

Een ander mensbeeld

Niet lang daarna ging ik naar een Vrijeschool. Een plek waar ik alle ruimte kreeg om tot bloei te komen. Na een moeizame start bleek het dé plek waar ik mijn talenten kon ontdekken en ontwikkelen. Een lieve wiskundeleraar zette mij later met rustige aandacht en een onmogelijke hoeveelheid geduld, aan mijn sommen. Helemaal goed is het met het rekenen nooit meer gekomen. Maar mijn angst werd minder en de rest kon floreren, dankzij de antroposofische inzichten van deze school, die veel meer bij mij pasten dan de rigide visies in het regulier onderwijs.

Mijn diagnoses

Waarschijnlijk had ik als kind in deze tijd een achtenswaardig aantal stickertjes bij elkaar kunnen harken. Maar ik was op de langere termijn zeker niet gebaat geweest bij een etiketje ‘dyscalculie’, omdat dat mij in wezen geen goed had gedaan. Waarschijnlijk ook omdat ik, vanwege mijn gevoelige, verlegen aard eenvoudig een ‘ASSje’ erbij had kunnen shoppen. En wie weet wat voor onderliggende comorbiditeit er nog meer op mij van toepassing was.

Dat alles had mij enorm af kunnen remmen en, ondanks de klappen die ik kreeg, ben ik blij dat er toen niet zo’n diagnosedrift heerste. Maar meer respect en rustig inzicht had mij in eerdere fases van mijn schooltijd wel verder geholpen. Anders dan de woede van de meester. Maar ook anders dan al die kleverige etiketten van de hedendaagse diagnosejacht bij afwijkingen van de heersende maatstaf.

De eigen ontwikkeling van een kind

De aandacht van het Vrijeschool onderwijs, met als grondbeginsel dat elk kind zich als eigen individualiteit mag ontwikkelen en zijn eigen mogelijkheden kan ontdekken en laten groeien, werkte voor een kind zoals ik was prima. Al zal de filosofie erachter niet iedereen kunnen bekoren, dat realiseer ik mij terdege.

Ik heb op dit moment wel het idee dat in de reguliere visie praktisch alle afwijkingen van het gemiddelde leiden tot één of andere vorm van een diagnose. In tegenstelling tot vroeger, waar veel afwijkende prestaties domweg niet werden begrepen. Beide invalshoeken gaan ten koste van de ontwikkeling van het kind.

Nuchtere benadering

Het artikel lezend en het leed daarachter voelend, maakt ik dat de wijze waarop wij problemen bij kinderen diagnosticeren grondig zou willen herzien. Zodat we voorkomen dat we kinderen of gezinnen met een eenvoudige hulpvraag een beladen psychisch zorgtraject in sturen. Veel kinderen hebben doorgaans voldoende aan meer rust in de klas, een helderder uitleg of een betere structuur en dagindeling.

Op dit moment is de druk op de jeugdzorg hoog, met alle problemen en kosten van dien. Kinderen die echt specialistische zorg nodig hebben bungelen nu maanden op ellenlange wachtlijsten en gaan in sommige gevallen zelfs helemaal niet naar school. We kunnen naar mijn mening beter het nuchtere midden zoeken tussen de benadering van toen en die van nu.

Minder diagnosedrift dus, maar wel degelijk snellere, adequate hulp voor hen die daar dringend behoefte aan hebben.

De Gans

Diagnosticeren
Voor sommigen is de weg naar een diagnose een lange, hobbelige route
Gebruikte artikelen bij dit onderwerp:
Link naar het genoemde artikel in de Volkskrant.
Link naar Zorg en Welzijn naar een artikel over de kosten in de jeugdzorg bij gemeenten en een artikel betreffende het creëren van problemen bij kinderen.
Kritisch artikel over overdiagnostiek in bredere zin in Medisch Contact.
Artikel van de NOS en artikel in de Groene Amsterdammer over Diagnosedrift (ook gebruikt bij mijn vorige artikel over labels).

Mooi Leven, by De Gans gakt ook op Instagram, vliegt over Facebook, en incidenteel verschijnt een quote op Pinterest. De Gans lanceert heel soms een berichtje op Twitter.


Wie is De Gans?

11 thoughts on “Diagnosticeren: een beetje meer nuchterheid graag

  1. Mooi artikel Marije. Het is inderdaad diep triest hoe snel tegenwoordig een etiket op een kind wordt geplakt en een pil erin wordt gestopt. Het doet me pijn te lezen hoe jij mishandeld bent op school, zowel fysiek als geestelijk. Maar ja: zo ging het vroeger. Mijn moeder zat op een nonnenschool, ik zou er een boek over kunnen schrijven – maar dat hebben vele anderen al gedaan. Elke ‘tijd’ heeft zo z’n kwelgeesten… zouden we daar ooit van af komen?

    1. Ik denk dat ik het makkelijk heb gehad op school. Als ik de verhalen van vriendinnen soms hoor, dan krijg ik het kippenvel op mijn armen, zo vreselijk. Het heeft mijn aversie voor rekening trouwens ook niet verminderd 😉
      Ik raak weer benieuwd naar de ‘kwelgeesten’ die er straks weer gaan komen…

  2. Op ieder kind valt een etiket te kleven. Die etiketjes van mij ken ik ondertussen ook, maar destijds kregen we die niet. Helaas ook niet de adequate hulp waarover je hier schrijft… DIt is zo herkenbaar, want rekenen was bij mij ook niet mijn beste, terwijl al de rest uitstekend ging. En net als jou was ik héél gevoelig. Met al deze factoren werd toen geen rekening gehouden. Je kreeg er zelfs een klap op je kop en een schop onder je kont bij. En neen, dat hielp ook niet; integendeel.
    De juiste aanpak blijkt een moeilijke evenwichtsoefening.
    Weer een interssant logje Marije! Waarvoor dank. Lieve groet X

    1. Vroeger werd je als je gevoelig was al gauw neurotisch genoemd. Een voordeel was het zeker niet en er veel aandacht aan besteden deed men ook niet. Ik ben blij dat ik op een school terecht ben gekomen waar ze een iets ander mensbeeld hadden. Anders weet ik niet hoe ik me nu had gevoeld… Die evenwichtsoefening zal ooit duidelijkheid bieden hoop ik. Veel liefs xxx

  3. Poeh…ongelooflijk hoe het ging maar ook hoe het gaat.
    Als je daar steeds vaker bij stil staat zie je pas wat er nodig
    is en eigenlijk is het dat vooral, zien wat er echt nodig is…

    Dank voor het delen lieve Marije! ♥

    1. We slaan eerst de ene kant op. Dat blijkt allerminst te werken, dus gaan we, húp, met de hele maatschappij de andere hoek verkennen. De middenweg zal ooit eens komen 😉 Dank je wel ♥ xx

  4. Ooit zieden ze tegen mijn jongste dochter nu 28jaar die heeft ADHD. Daarom kan zij zich niet concentreren en kan ze niet mee. Ze werd toen ook heel hard gepest op school. Na heel wat zoek werk van mijn kant is ze veranderd van school en heb ik ze even alle aandacht gegeven aan een goede vriendin dat een kinderpsychologe is maar met het inzicht op het alternatieve. Op haar 18 is ze naar het volwasseneonderwijs gegaan en als ik zie wat ze nu allemaal uit de grond stampt ben ik blij dat ik nooit haar heb laten testen.
    Want jouw tekst Marije komt me heel bekend voor.
    Ieder kind heeft een gave en als men het niet wilt zien zal je het kind ook erin remmen spijtig genoeg. Plak er maar een label op en klaar is kees. Ja voor hen maar niet voor het kind.

    Kreeg kippenvel als ik dit las van je.

    Aum Shanthi

    1. Ik ben blij dat ook jij je dochter goed hebt kunnen begeleiden. Soms duurt het ook even voordat ‘het’ er uit komt. Daar kun je geen jaar of leeftijd op plakken, wat nu helaas nog al te vaak gebeurt. Ik was ook zo een ‘laatbloeier’. En zo zijn er meer, blijkt maar al te vaak. Dank voor je mooie verhaal. Lieve groeten voor jullie,

  5. De etiketten in de dossiers, de stempels op voorhoofden vind ik vreselijk.
    Standaard oplossingen helpen niet.

    Ogen voor het kind helpen wel,

    Ik kan je helemaal volgen.

    Vriendelijke groet,

Gak mee en plaats hieronder je reactie,

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.