Mensenkinderen

Inmiddels is wel bekend dat mijn Lief tot het wezendom behoort. Zijn vader is niet meer, zijn moeder heeft ons recentelijk verlaten en ‘nu is hij echt alleen’.

Hij heeft ons wel, Zoon van Zes en een Gansje aan zijn zijde. Maar toch is dat anders. De warme achtergrond van een ouder die je alles vragen kunt, die heeft hij niet meer. In dat opzicht is hij nu ‘de oudste’. Gisteren bekende hij mij dat hij zich eigenlijk nog altijd gewoon een kind voelt, een kind dat zelf een kind opvoedt. En getrouwd is. En met, op dit moment althans, vanwege alle recentelijke gebeurtenissen, ineens twee huizen elk aan een kant van het land. En een baan waarvoor hij telkens naar een stad in het westen moet treinen en waar hij ingewikkelde rekenkundige beslissingen moet nemen over allerhande zaken die best belangrijk zijn. Dan trekt hij een pak aan, nette schoenen erbij, kamt zijn baard, scheert zijn resterende haren af en vertrekt fris, maar op een onmogelijk vroeg tijdstip, naar het station. Als hij uiteindelijk weer thuiskomt geschiedt alles in omgekeerde volgorde (behalve dat haar), uiteindelijk belandt hij met sloffen, dik wollig vest en baard in de war op de bank met poes op schoot.
Die kat dat is er ook zo-één. Groot, oud, bars van buiten, erg volgroeid en de baas over zijn harem. Maar tussendoor tikt hij nog vrolijk een speeltje weg en dartelt met piepende gewrichten met één van de jongere dames over de mat voor een potje judo. En als hij aan ons heel bescheiden iets lekkers wil vragen, dan begeeft zijn stemmetje het en gaat alleen zijn mondje open. Hooguit een klein piepje hoor je dan. Een klein kitten, verstopt in de mottige vacht van een bejaarde kater.

Wij voelen ons nog kinderen. Middelbaar bijna, maar toch kinderen. Want, wat weten wij nu helemaal van het leven? Niets toch? We maken van alles mee, we leren daarvan, we ontwikkelen ons en dat laatste vooral, dat stopt nooit. Die leerschool van het leven is heel lang en bijzonder uitgebreid. Geen enkel vlak wordt gepasseerd. Gepokt en gemazeld worden wij. En toch voelen wij ons kind. Mijn schoonmama zei wel eens dat ze de laatste jaren niet meer snapte wie ze in de spiegel zag. Ze zag een oudere vrouw, maar ze was nog een meisje. Dat meisje zag ze niet, maar het zat diep in haar. Ondeugend, grappig en moedig. Dat sprankelde dikwijls naar buiten door haar ogen heen en deed haar prachtig stralen.

We zijn allemaal mensenkinderen. We weten het niet allemaal en we hoeven ook niet alles te weten. We mogen fouten maken en leren. En soms leren we niet. We kunnen niet alles immers. We zijn maar mensenkinderen. En we helpen elkaar onderweg op die rare route van het leven. Bij een lekke band, een kapotte motor, of vastgelopen software. Soms wijzen we elkaar de weg. Of laten elkaar nadenken over de beste route. De één houdt van bergbeklimmen en de ander van een rechte snelweg. En elk van ons haalt zijn eigen eindstreep.

Diep in ieder mens zit dat mensenkind. Een kind dat liefde nodig heeft. Een beetje aandacht vraagt. Dat om veiligheid vraagt. En dat mogen wij elkaar best geven.

De Gans

All pictures in this log are made by Pezibear, Petra, Österreich @Pixabay


Mooi Leven, by De Gans heeft ook een pagina op Facebook, ik zou het heel leuk vinden als je me ook daar wilt volgen. Ook gak ik op Instagram en verspreid ik soms een quote op Pinterest.

 

20 thoughts on “Mensenkinderen

  1. Wat mooi geschreven! Er zijn ook kinderen die nooit ouders gehad hebben (wel fysiek maar door psychische problemen niet mentaal), daar is het kind in héél ver te zoeken. Ik vind het leven een stuk makkelijker sinds ik weet dat we allemaal maar wat doen en niemand eigenlijk echt weet hoe het moet 😉

    1. Zolang we dat maar voor onszelf erkennen. En echte liefde voor de ander altijd de basis blijft van het handelen. Het kind ‘terugvinden’ in situaties die jij omschrijft is een moeizaam, pijnlijk, maar prachtig proces. De eerste ontmoeting met jezelf volgt dan. En pas had ik nog een kleine post over ‘eigenlijk doe ik maar wat’ met betrekking tot dat opvoeden 😉 Wat weten we nou helemaal! Het is elke generatie weer compleet anders. Dank je voor je reactie.

      1. Ieder mens heeft een deel van zijn eigen kind in zich. Ik kan me wel voorstellen dat er omstandigheden zijn dat dat kind als kind bijna geen kind meer kan zijn zodat er later problemen optreden. Je moet het kind in jezelf koesteren.

  2. Zo mooi geschreven Marije!
    Toen mijn mama overleed, ging het nog een beetje. Maar toen ook een paar jaar later mijn papa overleed, toen had ik ook het gevoel van geen kind meer te mogen zijn. Ik was nu de oudste.. weer een generatie opgeschoven. Het voelde raar aan. Het voelt ook nu nog raar aan. En nu mis ik ze nog meer dan voorheen.
    Ik zou zo graag terug het kleine meisje van mijn papa zijn.
    Heel veel liefs xxx

    1. Wat je zegt ‘Ik zou zo graag terug het kleine meisje van mijn papa zijn.’ Dat brengt bijna de tranen in mijn ogen. Zo is het. Het gemis blijft. De liefde ook. En dat laatste is zo fijn. Liefs xxx

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *