“Geloof niet in het ongeloof van anderen”

Vervolg op ‘Leef je droom’.

In mijn log ‘Leef je droom‘ die ik gisteren heb gepost, is deze zin geboren en hij werd er door een aantal lezers meteen uitgelicht: ‘Geloof niet in het ongeloof van anderen’.

Er kwamen zoveel mooie en waardevolle reacties op, dat ik hem vandaag in een aparte log onder de aandacht wil brengen en wil illustreren met een gebeurtenis, en leerproces, uit mijn eigen leven.

Afgelopen weekend maakten wij, mijn twee mannen en ik, een heerlijke winterwandeling in een natuurgebied vlak bij ons huis. Er lag sneeuw. Hij van Zes dartelde door de witte wereld, met zijn gehandschoende handjes vrachten van het sprankelend witte poeder van de grond af rapend en boven onze hoofden in het rond strooiend als een verse sneeuwbui, begeleid door de ongeremde schater van zijn lach. Zonlicht flonkerde door de bevroren sterretjes op onze schouders en ik en mijn Lief waren al snel bedekt met grote witte vlekken, afkomstig van vele sneeuwballen van de hand van onze spruit.

Geïnspireerd door deze blije, pure handelingen lieten wij ons meevoeren, vulden onze handpalmen met sneeuw en keken wie het verst kon gooien. Mijn lief gooide ballen op de subtiel bevroren oppervlakten van de diverse watertjes om ons heen. Soms bleven ze liggen, soms zakten ze door het flinterdunne laagje glimmende ijs. ‘Mag ik ook eens op dat vijvertje gooien?’, vroeg onze lieve zesjarige. Wij keken naar het vennetje wat achter een rijtje bomen op een aardig afstandje van ons lag. ‘Dat kun jij nog niet’ was onze eerste reactie. Maar direct na het uitspreken van deze laatdunkende woorden begon een alarmbelletje in mijn hersenen te rinkelen. Heel hard te rinkelen. Want deze zin ken ik zelf maar al te goed. En dan bij voorkeur zonder dat ietwat bemoedigende woordje ‘nog’.

Door iemand die ik zeer vertrouwde werd mij jaren geleden gezegd maar beter niet verder te gaan met schrijven en al helemaal niet te publiceren wat ik schreef. Mijn schrijfsels waren namelijk bedroevend slecht, onprofessioneel en vooral met dat wat ik schreef maakte ik mij belachelijk. Mijn stijl was hopeloos en van taalkunde had ik geen kaas gegeten. Aldus deze persoon, die mij, na het lezen van de bladzijde waarop mijn laatst gepubliceerde column prijkte, het tijdschriftje met minachting toestak. De eenvoudige poezenverhaaltjes over mijn eigen katten, welke ik destijds voor een bescheiden oplage van een kattenblaadje schreef, maakten mij toentertijd behoorlijk blij en gelukkig tijdens een pittige periode in mijn leven. Met een studie in een buitenlandse taal en een baan op internationaal niveau op mijn conto zou ik beter moeten weten dan deze woorden te geloven, temeer omdat veel meer mensen mij bleven stimuleren, maar helaas ontnam deze destijds voor mij zo vertrouwde bron mij met één uitgesproken opmerking bijna volledig de lust tot het verder schrijven en publiceren van mijn eigen verhalen. Het enige waar ik me nog op toelegde waren de zakelijke, soms intens saaie, teksten en verslagen voor mijn werk. Een intense vermoeidheid en neerslachtigheid maakten zich de jaren daarna van mij meester. Ik stortte mij weer volledig op mijn oude bezigheden, welke mij deels ongelukkig hadden gemaakt, maar die wel geld opleverden en die mij zekerheid boden in een roerige tijd. Jarenlang hield ik dit vervolgens nog vol. Heel lang. Veel te lang.

Inmiddels is het roer om. Ik schrijf weer en heb een flink aantal van die oude bezigheden de rug toegekeerd. Eigenlijk ook noodgedwongen, want inmiddels komt de energie niet meer zo terug als hij ooit is geweest. Integendeel. Het is woekeren met energie en aandacht tegenwoordig. Te lang heb ik geleefd naar de eisen en verlangens van anderen. Gedaan wat anderen vonden wat ik moest doen en moest kunnen. Eerloos pogend te presteren op het verkeerde vlak. Mijn ware ik en haar behoeftes negerend. Mijn talenten onder een dikke laag stof in een hoekje van mijn wezen verborgen. Verwaarloosd. Bijna vergeten. Maar beslist niet afwezig. Langzaam maar zeker heb ik van enkele personen in mijn leven afstand genomen. Niet omdat ik niet van ze hield, maar omdat ik echt mijn eigen weg moest leren volgen en ik mij bovendien vanwege de gevoelde desinteresse van sommigen in mijn kunnen en hun ongeloof in mijn talenten, zoals ik het beleefde, mijlenver verwijderde van mijzelf, van wie ik was, van wat ik kon en van waar ik in geloofde. Ik moest opnieuw leren geloven in mijn eigen geloof en kunnen en leren afstand nemen van dat wat anderen over mij dachten of zelfs op mij leken te projecteren.

Ik geloof nu aardig in mijzelf. Meestal. Oefening baart kunst en ik ga door met schrijven. Als ik het immers niet doe, niet probeer, als ik niet leer van wat ik fout doe, dan word ik ook niet beter? En als ik eens wat minder word gelezen, dan komt er ook wel weer een goede dag. En als iemand mij vraagt anders te denken of te schrijven of zich van mij afkeert of niet langer volgt, dan mag ik toch wel doorgaan. Ik volg mijzelf wel. Dat lijkt mij het allerbelangrijkste.

Ik spoorde mijn zoon dus meteen aan: probeer het toch jongen! Luister niet naar ons, dit keer niet! Gooi die sneeuwbal. Gooi maar. Zo hard als je kunt! En als het nu niet lukt, lukt het een volgende keer misschien wel. Of de keer daarna! Gooi maar jongen!

Hij gooide. Zijn wantjes hoog in de lucht, de voetjes bijna van de grond. Met een grote boog en met een dikke plof spatte de bal midden op het de ijslaag uiteen. Juichend draaide mijn blonde jongetje zich om. ‘Ik kan het wel mama! Ik kan het wel papa! Ik heb heel goed gegooid!!!’ Ik knuffelde mijn trotse ventje, plantte een kus op zijn neus die parmantig buiten de capuchon piepte, waaromheen een door oma gebreide blauwe sjaal lekker warm gewikkeld zat. Het zonlicht kleurde zijn wangen roze en zijn hele wezen sprankelde door een laagje van trots. Dansend rende hij voor ons uit naar een volgende uitdaging. Wij liepen er rustig achteraan, oppassend dat hij niet uitglijden zou, maar hem de vrijheid gevend om zijn eigen geloof te vergroten.

Ik geloof in mijn jongen. Maar dat hij gelooft in zichzelf, dat vind ik belangrijker. En dat jij, lieve lezer, in jezelf gelooft. Want daar begint het. Dat is de basis.

Geloof niet in het ongeloof van anderen. Geloof in jezelf.

De Gans

 

 


Foto’s van mijn Lief ©Marcel, in het natuurgebied Reiderwolde, te Groningen.

Mooi Leven, by De Gans heeft ook een pagina op Facebook, ik zou het heel leuk vinden als je me ook daar wilt volgen.
De Gans gakt ook op Instagram en Pinterest.

10 thoughts on ““Geloof niet in het ongeloof van anderen”

  1. Heel mooi, alleen bij ons werkt het schijnbaar andersom, zodra iemand zegt dat ‘wij’ iets niet kunnen of beter kunnen stoppen, willen ‘wij’ juist het tegendeel bewijzen, en dat ‘wij’ staat voor familietrekje ben ik bang, hahaha Zo is mij ‘ooit’ vertelt dat ik beter bij mijn ouders kon blijven wonen met mijn dochter, omdat ik het alleen tocn niet zou redden, en heel eerlijk? Die gedachte had ik zelf al om dat te doen toen, maar juist omdat die persoon dat zei, dat ik het ‘niet zou kunnen’, heeft hij het tegendeel bewezen gekregen. HA!

    Mijn dochter idem, ooit zei een leraar dat zij het niet ver zou schoppen qua school, HA, ze staat nu voor de HBO, en heeft keihard gewerkt om daar te komen met 3 verschillende diploma’s op zak, van verzorging tot in de zorg tot evenementen management en organisatie op zak… HA!

    Gek he? Dat je er zo verschillende op kunt reageren, en er zijn meer voorbeelden hoor vanuit de familie, dat iets of iemand ooit zei, dit kun je niet of wat dan ook, om dan hogerop te komen dankzij die denegrerende uitspraak.

    Gelukkig heb jij het weer opgepakt!

    X

  2. Dag Marije, wat is dit een prachtstukje én zeer herkenbaar. Gelukkig ben ik ook meer in mijzelf gaan geloven en niet meer in het ongeloof van anderen. Sommigen mensen halen je gewoon naar beneden. Ik heb geleerd die personen te mijden en te negeren. Ze doen mij geen goed. Aan hen heb ik niks. Blij dat ik niet de enige ben die worstelde met ongelovige of misschien wel ‘niet gunnende’ medemensen in het verleden.

    1. Dank je wel. Ik denk dat het voor heel veel mensen herkenbaar is. Hoewel bij ons denk ik wel van iets andere orde, merkte ik bij het sneeuwballen gooien met mijn zoon hoe snel je anderen, zelfs je eigen kind, onderschat. Ik heb hem op het hart gedrukt om altijd te proberen, ook al zegt een ander dat je het niet kan.
      Ik ben blij dat wij in elk geval hebben geleerd om niet op dergelijke mensen te vertrouwen…. Lieve groet.

  3. Je foto’s zijn prachtig. Je boodschap nog meer. En het mooiste is dat je er zelf in gelooft en misschien ook anderen doet geloven. Wat familie of vrienden ook zeggen.

  4. Wat is dit een mooi stuk! Ik voel me compleet aangemoedigd om mijn ‘sneeuwballen’ te gooien en te zien hoe ze uiteindelijk – door vol te houden en erin te geloven – goed terecht komen. Ook als er na de 6 nog een cijfertje staat, kan zo’n geschreven stukje een deugddoende aanmoediging zijn. Dankjewel!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *