Een oude lappenpop

‘Doe eens een boekje open’.

Een anoniem verteld verslag van een lezer, in een vrije interpretatie opgetekend door De Gans.

Op een stoffige zolder in een heel oud huis ligt een oude lappenpop. In een hoekje. Vuil en vergeten. Ze ligt niet eens op een poppenbedje, of op zijn minst een matrasje. Ze ligt onder een trap, tussen oude koffers en kisten. Haar hoofdje geknakt in een onmogelijke hoek. De handjes versleten en een voet is er af. Eigenlijk is er bijna niets meer van over, van die pop.

Heel lang geleden was de pop mooi, jong en blozend. Met een verfijnd geboetseerd kopje op het lappenlijf, een prachtig jurkje aan en glanzend zwarte schoentjes met een bandje over de voet. Een lollig mutsje op het krulhaar en mooie, grote blauwe ogen, die je ondeugend aan konden kijken. Als je op een knopje op haar rugje duwde, dan kon de pop ook een liedje zingen. Het was werkelijk een erg lief ding, die pop. Ze zat op een prachtig plekje in een speelgoedwinkel en iedereen vond haar schattig.

Totdat een goedbedoelende vader de pop kocht voor een heel erg verwend, vijfjarig meisje. De man nam de pop mee naar huis en gaf hem aan het meisje. Zij aanvaardde het geschenk als vanzelfsprekend en trok de pop meteen andere kleertjes aan, want het jurkje moest mooi blijven en het was eigenlijk te mooi voor de pop, zo zei het meisje al snel tegen haar. Het meisje wilde liever zelf zo’n jurkje en zo werd het kledingstukje aan een kleermaakster gegeven die precies zo’n jurkje namaakte voor het meisje zelf. Het meisje straalde dat ze mooier was dan de pop.

Als er bezoek kwam werd de pop op een stoeltje gezet, met het mooie jurkje aan. Het meisje nam alle complimentjes voor haar mooie pop en de gelijkenis trots in ontvangst. Ze was blij dat mensen zagen hoe mooi zij was en wat voor mooie pop zij had en dat zij hoorden hoe mooi haar pop kon zingen. Thee en cake werden geserveerd en zonder pardon in de poppenmond geduwd. De pop kon niet eten natuurlijk. Poppen kunnen niet eten, dat kan geen enkele pop. Zo hoort dat. Maar toch werd het kleine meisje boos. Toen het bezoek weg was sleurde ze de pop aan haar haren van het stoeltje af, trok heftig mopperend het jurkje uit, krijste wat een waardeloos wezen de pop was en slingerde haar wild onder in de kast. De deur ging stevig op slot. Aan de andere kant van de deur bleef het meisje nog heel lang mopperen over wat de pop allemaal niet kon en over wat een mislukking de pop wel niet was.
In de kast bleef de pop liggen. Alleen in het donker. Wekenlang. Niemand kwam helpen, niemand zag de pop. De pop voelde zich onbegrepen en vergeten.

Tot er weer visite kwam. Dan werd pop weer uit de kast gevist en kreeg ze ineens haar mooie jurkje aan. Snoet gepoetst, hartelijk geknuffeld, stoeltje erbij, rechtop gezet. De pop moest vrolijk knikken en ja en amen zeggen op alles wat het meisje vond en telkens weer een liedje zingen wanneer het meisje op het knopje drukte. De pop deed haar best om een goede vriendin te zijn en het meisje in alles tegemoet te komen, want de pop was bang voor de boze buien van het meisje. Bovendien had de pop een lief karakter en wilde ze graag harmonie. Ze wilde het erg goed doen en zingen vond ze leuk. Maar zo lang rechtop zitten op een klein, ongemakkelijk stoeltje zonder leuningen is best moeilijk voor een pop. De pop zakte vaak opzij en dan werd het meisje weer boos. Ze trok ruw aan het handje van de pop totdat de pop weer rechtop zat. Met moeite bleef de pop zitten en zong haar lied als het meisje en haar bezoek dat wensten.
De visite merkte niks en genoot van het charmante gezelschap van het meisje en de gevoelige zang van de pop. Maar de pop merkte aan de sfeer en de houding van het meisje dat het straks weer helemaal mis zou gaan. De pop werd heel moe. En bang. Bang voor dat wat komen ging en wat absoluut onafwendbaar zou zijn. Ze kon niet ontsnappen aan de naderende storm. Ze had geen enkele keuze en ze zou het heel alleen moeten doorstaan. Ze probeerde zo mooi mogelijk te zingen om het meisje gunstig te stemmen. Maar ze wist eigenlijk wel dat het niet zou helpen.
De visite ging weg. Het meisje zwaaide haar vriendinnetjes uit, opgewekt en vrolijk. Het bezoek complimenteerde het meisje opnieuw met haar mooie pop, die ook zo mooi kon zingen. Het meisje straalde, blij dat zij zulke fijne complimenten kreeg. Zij zorgde maar wát goed voor haar pop! De pop bleef boven wachten. Vermoeid en angstig zittend op het te kleine stoeltje. Ze durfde niet te bewegen uit angst het allemaal nog erger te maken. Toen het meisje boven kwam was ze weer heel boos. De pop had iets heel verkeerd gedaan, maar wat dat precies was, dat vertelde het kleine meisje niet en de pop kwam er ook niet achter. Het meisje trok de pop aan haar voetje van het stoeltje en griste het jurkje weer uit. Ze schold en tierde en maakte de pop uit voor alles wat lelijk was en benadrukte telkens opnieuw wat de pop allemaal niet kon. De lijst werd steeds langer en er kwamen bijna alleen maar dingen op voor die poppen nu eenmaal niet kunnen. De pop kreeg geen ander jurkje aan en werd minachtend onder het bed gezwiept. Haar poppenarm deed pijn. Haar handje was geschaafd en haar haartjes zaten in de war. Het werd donker en het meisje ging mopperend naar bed en ze foeterde maar door terwijl de pop wilde slapen. De pop kreeg van heel veel dingen die mis gingen in het leven van het meisje de schuld. De pop mocht van het meisje niks meer zeggen want de pop was dom. De pop had geen rechten en kon maar beter voor altijd zwijgen zodat niemand hoorde hoe onbenullig de pop wel niet was. Aldus het mopperende meisje. De pop lag doodstil onder het bed, in het stof, eenzaam, koud en heel alleen.

Maar zo nu en dan was het een poosje heel anders. Dan werd het even leuk. Dan vertrouwde het meisje de pop haar diepste geheimen toe. In vertrouwen. Dan toonde het meisje zich allerliefst en beminnelijk, vertelde zij de pop hoeveel zij van haar hield, hoe pienter de pop was en complimenteerde haar ermee dat ze zo prachtig zingen kon. Op die momenten bedacht de pop dat zij het toch wel getroffen had en wenste ze tot in het diepst van haar eenzame, gevoelige poppenziel dat de verschrikkelijke buien nooit meer terug zouden komen. Ze bloeide op onder het duur beleende zelfvertrouwen van het meisje. Op deze momenten was het leven goed en kreeg de pop weer puf. Soms vroeg de vader van het meisje naar haar mooie pop. Hij drukte het meisje op het hart om goed voor de pop te zorgen en zuinig op haar te zijn, omdat de pop bijzonder was. Soms pakte hij de pop even vast en keek haar heel lief aan. Zei dat ze een mooie, talentvolle en lieve pop was. Dat vond de pop heel fijn. De man gaf haar hoop en steun en ze voelde heel veel liefde voor hem, dat gaf haar kracht en hoop voor de toekomst. Het meisje verzekerde haar vader dat ze heel blij was met haar pop. Dat ze lief was voor de pop, er veel van hield en er goed voor zorgde. De vader geloofde haar. De vader hield heel veel van het meisje en vertrouwde haar volledig.

Maar uiteindelijk ging het altijd weer onherroepelijk mis. Dan draaide het karakter van het meisje plotsklaps weer om en belandde de pop opnieuw in een eenzaam, koud, vijandig niemandsland waarin ze met haar poppenvoeten constant op eieren liep. Telkens weer ging het op en neer. Jaar in jaar uit. Niemand zag wat er werkelijk gebeurde. Niemand zag wat het met de pop deed, want uiterlijk was aan de pop eigenlijk helemaal niets te zien. Niemand hielp de pop, omdat de pop niet kon roepen. En de pop kon zelf niet weg, ze was maar een pop en afhankelijk van het meisje en van iedereen om het meisje heen. En als ze het al had gekund, dan had de pop niet meer gedurfd. Al het contact met de buitenwereld liep via het meisje en volgens de regels van het meisje. De pop had geen idee meer hoe die buitenwereld werkelijk was. Maar de pop leed. En de pop wist zelf niet meer hoe erg. De pop was zichzelf zodanig verloren dat ze zelf niet meer wist wat ze voelde. Of wie ze echt was.

Picture by Mikael Elmgren, Malmö/Sverige on Pixabay

Tot het meisje zo groot was dat ze de pop niet meer zo nuttig vond. De pop werd bovenop een kast gezet, met een simpel jurkje aan. Om de paar maanden sleurde het meisje de pop aan de poppenvoet van de kast en keek haar aan. Vaak zei het meisje dat de pop stom was. En lelijk. Afstotelijk zelfs. Dat de pop haar nooit had gegeven wat zij nodig had. Dat ze al haar hele leven tegen de pop had gezegd en dat het de eigen schuld was van de pop dat ze alleen op een kastje zat en verder geen leven had. Ze verdiende ook niet beter. Ze verdiende eigenlijk bijna helemaal niks. Ze zei dat de pop nog niet eens thee kon drinken. Dat de pop waardeloos was. Want alle andere poppen, beren, mensen of dieren, konden alles beter dan de pop en het meisje haalde hen voortdurend als voorbeeld aan. De pop huiverde en huilde, maar dat zag je aan de buitenkant niet. De pop had nog steeds haar glimlachende, lieve poppengezicht. De pijn en de tranen van de pop zaten heel diep in haar binnenste, die kreeg niemand te zien. De pop voelde dat er een groot onrecht was, maar ze kwam er zelf niet meer achter wat precies. Ze kon niets meer zeggen en ze wist het allemaal ook niet meer. Het meisje werd groter en groter, maar de starende, gebiedende blik in haar koude ogen veranderde nooit en haar messcherpe stem ook niet. Die bleven beiden liefdeloos, afwijzend en kil. En de pop bleef altijd bang. De pop had het altijd koud. De pop voelde zich altijd eenzaam. De vulling van de pop werd beurs en gedeukt, daardoor deed haar poppenlijf altijd pijn. Voor de buitenwereld hield de pop zich groot. Ze koesterde zich in het kleine beetje warmte wat ze voor het oog van de buitenwereld nog kreeg van het meisje. Maar niemand zag de rauwe waarheid achter de blauwe ogen van de pop.

Het meisje werd volwassen. Ze had de pop niet meer nodig. Ze ging trouwen en vond een ander op wie ze haar grillen en eisen kon richten. De pop werd naar zolder verbannen. Maar dat wist de vader van het meisje niet. Hij dacht dat de pop met het meisje mee was gegaan naar haar nieuwe leven. Maar het meisje had gelogen en smeet de pop op de kisten onder de zoldertrap. Het jurkje was weg, het voetje bungelde aan een draadje en de handjes waren geschaafd. Het meisje zei niets meer tegen de pop en gooide de de deur achteloos dicht. Het was tijd voor een volgende start in haar glanzende leven. Door de klap van haar rugje tegen de kist begon de pop zachtjes te zingen. Maar niemand kon haar nog horen. Eenzaam en verlaten zong de pop, steeds zachter en zachter, net zo lang totdat het geluid van haar stem doofde. Die stem kwam nooit meer terug. Het meisje huppelde stralend naar beneden, haar toekomst tegemoet. De pop vergeten.

Jarenlang lag daar de pop, bijna onzichtbaar en stil. Een aantal keer werd de pop ruw verplaatst als iemand zocht naar iets wat hij of zij nodig had. Één keer ging er iemand tijdens zo’n zoektocht heel hard op haar borst staan. Dat deed de pop ongelofelijk pijn en het maakte het haar ontzettend benauwd. Maar verder lag ze daar maar en ze werd zwakker en zwakker. Jaar in jaar uit. Vergeten. Alleen. Voorgoed zwijgend. Kapot, met een vuile voetafdruk op de plek van haar hart. Tientallen jaren in kilte en stilte onder een steeds dikker wordende laag stof. Onbelangrijk.

Totdat de vader van het meisje plotseling stierf en haar ouderlijk huis werd verkocht.

De nieuwe eigenaar vond de pop terwijl hij naar schatten zocht op de oude zolder. Hij zag meteen hoe bijzonder zij was. Hoewel oud, kapot en versleten, viel er met veel tijd en moeite vast nog wel wat van te maken. De man vond de pop een echte schat. De man was geduldig en lief en hij had een lieve vrouw en een heel lief kind. Zij zagen de werkelijke waarde van de pop. Samen knapten zij haar weer op. Stukje bij beetje. Met de hulp van een lieve poppendokter erbij. Het duurde heel lang. Zij zochten met zijn allen naar de juiste stof, de juiste spullen en maakten het juiste jurkje. Heel voorzichtig lapten zij de pop weer op en maakten haar schoon. De haartjes kregen weer krullen en de ogen werden weer blauw. Haar voetje werd weer aangezet en haar handjes werden genezen. Je zag het nog wel, die littekens op de pop, en van binnen zaten er flink wat zwakke plekken in haar vulling. Op een klein stoeltje zitten wilde ze niet meer en zingen kon ze ook niet langer. Ze vertrouwde eigenlijk niemand meer. Zij durfde niet te geloven dat haar wereld beter, en misschien wel veilig werd. Maar gelukkig zagen deze mensen dat. De pop mocht op een ereplaatsje, op de zachte bank. Met een kussentje in de rug en met de blik naar buiten. Daar zag de pop hoe mooi de wereld was. Daar zag de pop de zon weer schijnen.

De nieuwe mensen waren blij met hun prachtige pop. Als ze naar haar keken werden ze gelukkig en rustig, door de nostalgie van weleer en de ietwat droevige wijsheid die de pop uitstraalde. Ze pakten de pop vaak op en zeiden haar hoe mooi en bijzonder zij was en dat zij oprecht van haar hielden. Zij knuffelden de pop. Daar moest de pop aan wennen en geloven kon ze het ook niet helemaal. Soms was die liefde zelfs wat benauwend, maar langzamerhand werd het toch ook wel fijn. De pop moest zelf hard werken om te herstellen, maar had daar absoluut de begrijpende hulp, het geduld en de liefde van deze mooie mensen bij nodig. De mensen zeiden dat ze de pop zo waardeerden. Simpelweg om wie zij als pop gewoon was. En door de oude, wijze blik in haar ogen gaf de pop hen op haar beurt weer rust, ruimte en gezelligheid.

De pop zou nooit vergeten hoe de eerste jaren waren geweest. De littekens zaten tussen de oude en de nieuwe lapjes stof en nog altijd deden ze een beetje pijn. De pop bleef ook altijd heel moe. De herinnering aan vroeger ging nooit helemaal weg, en soms kwam hij even heel sterk terug en dan werd de pop bang. Het was hard werken om te herstellen en om zich te realiseren dat het leven wel degelijk mooi en veilig kon zijn en dat de pop zelf ook echt van waarde was. Maar toch ging het telkens iets beter, vooral dankzij de vele steun en bijval die de pop kreeg.
De pop zou nooit meer zingen, haar prachtige stem was verdwenen. Die had het meisje met haar vreselijke buien en haar uiteindelijke trap na van de pop afgenomen. De beurse plekken en littekens in het binnenste van de pop en op haar lijfje bleven ook. Maar toch wist de pop, juist door wat zij had doorstaan, wat écht belangrijk was in het leven en ze hoopte daarmee in de toekomst anderen te kunnen helpen. Ze koesterde zich in de zonneschijn, met haar nieuwe jurkje aan. Tussen lieve mensen, de ogen stralend in het leven, iedereen gevend wat ze nog wél geven kon, liefdevol en tevreden.

De pop was weer een nieuwe versie van zichzelf geworden. Een mooie. Een lieve. Een goede. Eentje die wist dat je mensen nooit tekort hoefde te doen. Dat iedereen ruimte nodig had. En liefde. En die juist dat wilde gaan geven.

De pop was De Pop.

Een anoniem relaas over hoe een narcistische relatie slachtoffers maakt… 

De Gans hoopt dat iedereen die hiermee te maken heeft zich realiseert dat je altijd een keuze hebt. Je kunt er altijd uit, hoe moeilijk of zelfs onmogelijk het ook lijkt. Blijf in jezelf geloven. Volg je eigen hart. Niemand heeft het recht om jou jouw leef- en denkwereld af te nemen of zich deze op welke wijze dan ook toe te eigenen. Jouw leven hoort bij jou.
Jij hoort bij jou.

Alle goeds, kracht en liefs


 Voor meer informatie over narcisme, kijk op http://www.narcisme.net/

Ook heel veel dank aan mijn lieve en bijzondere vriendin Anna vd Laarschot voor de lieve adviezen over de pop en voor haar steun bij het op deze manier weergeven van het verhaal. Als je wilt weten wat voor prachtige nostalgische poppen, beren en andere schatten zij in haar atelier tot leven wekt, kijk dan vooral eens op haar website Annawood.

De fotot’s bij dit artikel zijn afkomstig van Pixabay.


Volg je Mooi Leven, by De Gans al op Facebook?
De Gans gakt ook op Instagram, landt soms op Twitter en incidenteel verschijnt een quote op Pinterest.

Je kunt je ook op deze blog abonneren via Bloglovin’ 

4 thoughts on “Een oude lappenpop

  1. Prachtige metafoor voor de manier waarop narcisten omgaan met hun medemens… Iedereen kent er wel een in zijn omgeving. En de narcist die zal zichzelf alweer niet herkennen…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *